De lange weg

Bijbeltijd – deel 3

Een verhaal uit het oude Israël

Safat is een gewone Hebreeuwse jongen, die in Jeruzalem woont. Al meer dan een jaar wordt deze stad belegerd door Nebukadnezar, de wrede koning uit het verre Babel.

Als de woorden die de profeet Jeremia namens Jahwe heeft gesproken zijn uitgekomen, weet Safat door een list aan de Chaldese soldaten te ontsnappen. Zijn familie en zijn buurmeisje Hadassa worden echter als slaven weggevoerd naar Babel.

Na een tijdje ontdekt Safat dat het leven zonder hen voor hem totaal geen zin heeft. Hij besluit ook op reis te gaan, om zijn familie en Hadassa te zoeken.

DE LANGE WEG die hij heeft te gaan, brengt hem misschien wel dichter bij zijn geliefden, maar voert Safat steeds verder bij God vandaan…

In dit boeiende boek heeft de schrijver, met de Bijbel als leidraad, het leven van gewone mensen tijdens de val van Jeruzalem en de Babylonische ballingschap beschreven.

Maar boven al spreekt dit boek over de almacht van God, Die het volk dat Hem had verlaten ondanks alles toch niet in de steek liet.

Een paar jaar nadat Janwillem ‘Jakin’ had geschreven, wilde hij graag opnieuw een boek schrijven dat in de tijd van de Bijbel speelde. ‘De lange weg’ speelt in de tijd dat het volk Israël werd weggevoerd naar Babel. De Israëlieten mochten niet langer in het Beloofde land Kanaän wonen, omdat ze zich niet hadden gehouden aan de geboden van God.

Het thema van dit boek is dat wie God verlaat steeds verder in de problemen komt. Safat probeert op zijn eigen manier zijn plannen uit te voeren, maar daar komt niets van terecht. Uiteindelijk stelt hij God zelfs op de proef. Als hij zijn zin krijgt, zal Safat weer in God gaan geloven. Hij verlangt een teken, maar in de Bijbel kunnen we lezen dat God dat niet op commando geeft. Gelukkig ontdekt Safat op tijd dat we het wonder van Gods genade juist kunnen zien in de gewone dingen van elke dag.

De zoektocht van Safat kunnen we op een aantal punten vergelijken met onze eigen zoektocht naar God. Ook vandaag twijfelen christenen regelmatig aan Zijn bestaan. Ze verlangen naar een bijzonder bewijs van Gods aanwezigheid, terwijl ze dat bewijs al bij hun geboorte hebben gekregen. Het is immers een wonder hoe God een kind laat groeien in de moeder, hoe ieder jaar weer de seizoenen zich afwisselen, enzovoort. Juist in de gewone dingen merk je dat God er wel degelijk is.

Om dat duidelijk te maken heeft Janwillem dit bijzondere boek geschreven voor jeugd vanaf een jaar of veertien, vijftien.

 

14 jaar en ouder

ISBN 90 5551 132 3

Illustrator: Kees van Scherpenzeel
Omslag: Kees van Scherpenzeel

Eerste druk 1998